Tamelijk snelgroeiende boom met een brede dichte kroon. De schors blijft
lange tijd glad, maar schilfert bij oudere bomen in plaatjes af. Dikke eivormige
groene knoppen in de winter.
Groot handlobbig blad met een gezaagde bladrand; geen melksap. Bovenzijde van het
blad dofgroen, onderzijde blauwgroen, soms wijnrood. Gele herfstkleur.
Bloeit net na de bladontwikkeling in trossen in mei-juni. De bloemen zijn geelgroen. De
vruchtvleugels maken een rechte tot scherpe hoek met elkaar.